-
op 04-02-2026
De kop is eraf.
Inmiddels heb ik contact met verschillende mensen die vanuit het Nederlands Astmacentrum Davos voorbereidingen treffen voor het daar te doorlopen traject van acht weken. De kop is eraf!
Zo heb ik afgelopen week uitgebreid contact gehad met de verpleegkundige vanwege de medicatie die via het infuus toegediend moet worden en de diëtiste. Daardoor krijg ik ook enigszins inzicht in hoe het traject er ongeveer uit gaat zien.
Ik ben een ‘vreemde eend in de bijt’ heb ik begrepen. Vreemd, omdat mijn verleden met extreme sporten een groot contrast is met wat men gemiddeld genomen aan actieve patiënten meemaakt. En wat wel bijzonder is, is dat er in Davos ook een ultra trail georganiseerd wordt. Een ultra trail is een hardloop wedstrijd, hoog door de bergen waarbij de deelnemers via kleine bergpaadjes afstanden langer dan de marathon lopen, en die van Davos is twee keer de marathon (ruim 80km dus). Deze wedstrijd heb ik in 2010 gelopen, de versie van ruim 80km, en ik was de snelste Nederlander (ruim 80km met 3900 hoogtemeters in 9 uur en 23 minuten). Wat ik zeg he, het contrast met nu is wel erg groot!
De eerste week staat vooral in het teken van kennismaken. Kennismakende gesprekken met de verschillende behandelaren en het doen van onderzoek. Aan het einde evan die week wordt, aan de hand van de gesprekken en onderzoeken duidelijk hoe mijn traject er uit komt te zien. Maatwerk dus. Aan de andere kant is er ook een soort van rode draad. Een rode draad die bestaat uit een structuur in de vorm van ontbijt, allerlei activiteiten en therapieën, middag eten (iets dat in Zwitserland anders is dan over het algemeen hier in Nederland, want in Zwitserland eten ze tussen de middag warm), daarna weer verschillende activiteiten en therapieën en wellicht iets van een rustmoment en tot slot avond eten.
Voor mij zijn een paar dingen interessant, omdat die nauw aansluiten bij mijn persoonlijke doelstellingen. Daarbij zijn uitrusten, het zoeken naar hoe mijn fysieke belastbaarheid verandert is en het zoeken naar een andere, meer bij mijn belastbaarheid passende balans tussen werk en privé voor mij denk ik de meest essentiële. Veel van de specialismen die in Davos aan de orde gaan komen zijn denk ik aanvullend en versterken het effect richting de doelstellingen die ik mij gesteld heb. Ik denk dat bijvoorbeeld voeding (diëtiek) een belangrijke meerwaarde kan hebben bij de ventilatoire limitering die ik vaak meemaak op basis van een ontstekingscomponent. Met andere woorden, hoe kan voeding helpen ervoor te zorgen dat het risico op het opspelen van ontstekingen op het slijmvlies van mijn luchtwegen verminderen? Dat vind ik persoonlijk een interessant vraagstuk. Dat zal Helga ook vast heel interessant vinden.
Ik vertrek volgende week vrijdag. Vrijdag de 13de. Leek mij wel een gepaste datum, nietwaar? Dan ben ik zaterdagochtend al in Zwitserland en ga ik twee dagen op bezoek bij mijn tweelingbroer. Hij woont in Zwitserland en als ik daar dan toch moet zijn is het goed en leuk daar even langs te rijden bedacht ik mij. De maandag daarop meld ik mij in het revalidatiecentrum.
Dat wordt de tweede keer in mijn leven dat ik ga revalideren. De eerste keer (1992, na het syndroom van Guillian Barré)) had ik daar geen enkele voorstelling van. Wist ik absoluut niet wat mij te wachten stond. Nu is dat anders. In de tussentijd ben ik ruim 10 jaar werkzaam geweest op een revalidatiecentrum, ben ik iets ouder (hoewel je dat nauwelijks ziet hoor) en heb ik veel ervaring opgedaan in het begeleiden van mensen op veel terreinen die een relatie hebben met revalideren. En nu ga ik mij onderdompelen of overleveren aan een regime waar ik normaliter zelf als behandelaar deel van uitmaak.
Benieuwd, maar ook wel spannend wat dit traject mij gaat brengen.
Geert
-
op 29-01-2026
Wat zeg ik nou!? kan niet …
Ik zei het toch! Niet dan?
Ik eindigende mijn vorige blog met de opmerking ‘dat er een datum is’. En die datum was 2 maart. Was, want het wordt twee weken naar voren gehaald. Ik had er al enigszins op gezinspeeld nietwaar? Dat er iemand uit kon vallen en dat ik dan gebeld kon worden. Welnu, ik had gelijk. Ik zei het toch! ‘Dat kan niet bestaat niet’ doet het best goed hé! Ik kan het aanraden hoor. Die lijfspreuk heeft mij veel gebracht. Zeker de afgelopen twee en half jaar.
Want, de afgelopen twee en half jaar heeft mijn leven volledig op z’n kop gezet. Bracht mij in een wereld waar ik als zorgverlener bij betrokken was in mijn tijd als bewegingstherapeut op revalidatie centrum “De Hoogstraat’, niet als patiënt.
Ondergedompeld worden in zorg en overgeleverd zijn aan zorgverleners is een andere wereld. Kijk, alleen maar lieve mensen hoor. Van mijn arts (Merv. Weersink) tot aan de chirurg (Dhr. Bonta) tot aan de anastesioloog, de verpleegkundigen van de afdeling longzieketen (Flora, wat een lieve mensen werken daar zeg) of de OK tot aan de mensen van de planning. Echt waar, alleen maar lieve mensen. Ja ja, ik weet het, ik heb het vaker gezegd.
En eindelijk word ik daadwerkelijk wat stabieler. Merk ik dat dat mechanische deel (die gladde spiervezels) minder actief is. En ik dus meer actief kan zijn. En daar is het allemaal om te doen, nietwaar. Daar staat wel wat tegenover. Zo was ik afgelopen week samen met Petra (één van onze sporters, maar wel een hele lieve!) aan het hardlopen. Ja ja, u hoort het goed, hardlopen. Dat ging helemaal niet slecht, maar ik kreeg er wel een rekeningetje van gepresenteerd. Slecht geslapen (benauwd) en een een slechte dag daarna. Maar weer een dag later (vandaag, donderdag) ging het weer wat beter.
Ok, de datum is verplaatst, is nu 16 februari geworden, maar ik hoop toch van harte dat ik aankomend weekeinde al die kant op mag. Dat er morgen of dit weekeinde nog gebeld wordt, omdat er iemand is uitgevallen. Dat is voor die persoon vervelend (en dat meen ik oprecht hoor), maar voor mijzelf hoop ik dat ik zo snel mogelijk die kant op mag.
Nou, voor nu dus 16 febdruari. Ik rij dan vrijdag de 13de (als dat maar goed gaat) die kant op. Ga dan eerst op bezoek bij mijn tweeling broer (die woont in Zwitserland) en rij dan maandag de 16de door naar Davos.
Ik heb er geen zin in, maar weet dat dit essentieel is om alles wat gebeurt is, de veranderde fysieke gesteldheid en de uitputting te boven te komen. Wat mij dat gaat brengen, hoe ik dat beleef, wat ik meemaak deel ik via deze site.
Wordt vervolgd.
Geert
-
op 26-01-2026
Spannend …
Ja, ik vind het spannend!
Afgelopen donderdag had ik de intake voor een mogelijk traject in Zwitserland. In Davos. Eerst een gesprek met de longarts die moest bepalen of ik in aanmerking kom voor een traject daar. Haar conclusie was: ‘Lijkt mij goed wanneer u deze kant op komt mijnheer van Dijk’.
Ik was er graag afgelopen week geweest. Dan had ik ‘ons aller Donald‘ gevraagd even een lesje spinning met mij mee te doen. Is goed voor hem en de rest van de wereld. Ik denk namelijk niet dat hij dat had overleefd.
————-
Ik wil om te beginnen van de gelegenheid gebruik maken die boeven van farmaceuten vriendelijk doch dringend te verzoeken medicijnen iets van een smaakje te geven waarmee het innemen ervan voor de patiënt wat draaglijker wordt. Hoe krijgen ze het voor elkaar om alle medicijnen die ik krijg van een smaak te voorzien waardoor ik ‘s nachts al ga opzien tegen de inname ervan in de ochtend. Eerst zelf van die narigheid snoepen lijkt mij, dan een fatsoenlijk smaakje toevoegen, ho ho eerst nogmaals ‘proeven‘, ja slik maar door en dan (als het binnen te houden is) pas op de markt brengen. Hoe moeilijk kan het zijn?
—————
Ik vind dit een spannende laatste fase. Spannend, omdat nu de confrontatie pas echt gaat komen. De confrontatie met wat deze veranderde fysieke waarheid betekent voor mijn toekomst. Voor mijn werk (het sporten met groepen waar ik zo enorm van hou), voor de fysieke uitdagingen waar ik zo aan ‘verslaafd’ geraakt ben de afgelopen 45 jaar en natuurlijk wat het allemaal gaat betekenen privé en sociaal. Wat kan ik straks nog wel, wat kan ik niet meer en wat is verstandig.
Overigens denk ik dat men het zelf ook niet goed weet. Hoe om te gaan met mijn aandoening en beperkingen in relatie tot het sporten dat ik graag doe. Tijdens ons huwelijk verwoorde mijn tweelingbroer het goed: ‘Niets was mooier dan wanneer zijn lichaam al lang “nee” riep, door te gaan en er nog een flinke schep bovenop te doen’. Dat is en blijft een belangrijk deel van wie ik ben. En daar komt mijn lijfspreuk ook vandaan denk ik (‘Kan niet …’). Het is wie ik ben, het is een belangrijk stukje DNA van mijn identiteit. En wat gebeurt er met je wanneer je een klein stukje van het meest essentiële DNA weghaalt? Kan ik straks zijn wie ik was? Herken ik mijzelf straks nog wanneer ik in de ‘spiegel’ kijk? Welnu, dat vind ik spannend.
Aan de andere kant heb ik de afgelopen tijd een soort van ‘aan den lijve ondervonden’ dat deze fase wellicht de belangrijkste is. Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoe moe echt moe zijn voelt. Ellendig, kl…, nou dat zeg maar. En het gekke is dat ik nog steeds, zelfs na bijna twee en half jaar ernstig ziek zijn waarin eigenlijk louter gebroken nachten mijn slaap bepaalde, de energie heb om te sporten. Dat gaat weliswaar de éne keer beter dan de andere (afgelopen zaterdag was werkelijk dramatisch, een soort van dieptepunt), maar toch, ik kan het blijven doen. Zo hou ik mijn fysieke gesteldheid zoveel als mogelijk op peil.
Ik ben benieuwd wat er overblijft van de dingen die mijn leven zo bepaald hebben. Het zoeken naar de grens van wat ik kan heeft mij veel gebracht. Ik heb al die jaren dankbaar gebruik gemaakt van die fysieke mogelijkheden. Zowel in mijn werk (het verbouwen van de lokatie waar we ons bedrijf momenteel voeren terwijl de zaken in het oude pand aan de Plesmanstraat gewoon doorgingen) als privé (de alternatieve elfstedentocht in Oostenrijk, de Dutch Extreme, de Trans Holland Triatlon, de Eco-Challenge in Argentinië, het NK 100km hardlopen in Winschoten, de vele ultra trails in de Alpen en België en niet te vergeten skitouren en bergbeklimmen).
Het plaatje dat een tijdlijn is van wat ik de afgelopen periode mee maak, heb ik aangepast. Aangepast met data en een winterse omgeving in Davos. En niet te vergeten mijn rijdende huisje in plaats van een vliegtuig.
Er staat een datum in mijn agenda waarop ik mij mag melden in Davos, namelijk twee maart. Echter, wanneer er iemand uitvalt (en dat gebeurt regelmatig gaf men aan) dan bellen ze mij. Dus ik hoop dat ik deze week of volgende week een telefoontje krijg. Mijn rijdende huisje staat klaar. Zodra het kan rij ik die kant op. Naar het winterse Davos.
Oh, en mocht ik, bij toeval, ‘ons aller Donald’ alsnog tegen het vege lijf lopen pak ik hem bij z’n nekvel en gaan we een stukje fietsen! Dat zal ehm leren!
Geert
Niets gevonden voor
Controleer de spelling of blader door alle acties.
