• Lucht om te werken en bewegen!

•	Lucht om te werken en bewegen!
Geert van Dijk

Ademhalen is geen vanzelfsprekendheid!

462 donations
103%
€28,285 of €27,500 raised

Stel je voor dat je tijdens bewegen consequent te weinig lucht krijgt. Lucht die je zo hard nodig hebt om je werk als sportleraar te kunnen doen.

'Mijn naam is Geert, Geert van Dijk. Ik ben getrouwd met Helga en heb een prachtige dochter, Floor. Ik zit midden in een strijd die je niet aan de buitenkant kunt zien, maar die alles overheerst.

Begin 2024 kreeg ik ernstige ademhalingsproblemen. Na weken van onzekerheid en medische onderzoeken bleek de oorzaak: een ongereguleerde bloedcelgroei. Deze afwijkende cellen waren in veel te hoge concentraties in het bloed aanwezig en zorgden voor extreme problemen met ademhalen.

In de periode tot aan het stellen van een diagnose ben ik twee keer bijna gestikt. Voor mij erg angstige momenten, maar voor mijn vrouw en dochter (foto’s) waren deze momenten ronduit traumatisch.’

De medicijnen die ik nu iedere 4 weken via een infuus toegediend krijg moeten de bloedcellen die zich ongeremd delen doden en dat zou een eerste grote stap vooruit zijn. Maar daarmee is het probleem nog niet opgelost.

Wat nog steeds voor extreme kortademigheid zorgt, is een tweede mechanisme waarbij de gladde spiercellen rond de luchtwegen zich voortdurend samentrekken of verkrampen. Dat gebeurt door een aanhoudende ontsteking van het slijmvlies in de luchtwegen. Die ontsteking zet de spieren continu aan tot samentrekking, waardoor de ademhaling drastisch wordt beperkt.

Om deze chronische verkramping blijvend te verminderen, zijn drie behandelingen of operaties noodzakelijk. Ze zijn gericht op het openen van de luchtwegen, het verminderen van de prikkelreacties en het stabiliseren van mijn ademfunctie.

Zonder die ingrepen blijft de benauwdheid een enorm beperkende factor voor leven en m.n. werken.

—————————————

Geert:

‘Met de grote hoeveelheid medicijnen die ik nu meerdere keren per dag gebruik lijkt het of ik normaal kan functioneren. Wat mensen echter niet zien is dat het gebruiken daarvan (en ook vaak ’s nachts) heel veel tijd vraagt zodat ik in ieder geval nog wat kan doen. 

Ik doe wat ik kan. Voor ik wat kan doen ben ik gemiddeld 30 min tot 1 uur bezig om de medicijnen klaar te maken en te gebruiken. En dat soms wel 6 keer per dag. Dat op zich is al een dagtaak!

Wat mensen ook niet zien is dat ik ‘s nachts soms nauwelijks van de trap af kom, omdat ik te weinig lucht krijg en pas na het gebruiken van mijn medicijnen weer een beetje normaal kan functioneren en slapen. Die gebroken nachten breken mij enorm op. En wanneer ik, bijvoorbeeld een sportles geef zien mensen het natuurlijk niet wanneer ik (door het geven van een knipoog aan een collega) vraag het van mij over te nemen. En dat gebeurt steeds vaker.

En het maken van een normale wandeling, bijvoorbeeld in het bos op de Utrechtse Heuvelrug, is steeds vaker niet meer goed mogelijk. Ik weet wat moe zijn is, maar na bijna anderhalf jaar ziek zijn ben ik ontzettend moe. Anders moe dan na een ultraloop, moe in het kwadraat!’

————————————

Waarom deze behandeling in Nederland níét wordt vergoed

Hoewel deze behandeling in vrijwel alle ons omliggende landen (België, Duitsland, Frankrijk, Scandinavië) standaard wordt uitgevoerd én volledig wordt vergoed door zorgverzekeraars, is Nederland het enige land waar dit niet zo is.

Momenteel loopt er in Nederland een onderzoek naar de effectiviteit van deze behandelmethode. Een onderzoek dat in het Amsterdam UMC wordt uitgevoerd.

‘Ik ben daarvoor wel geïncludeerd - zeg maar ‘slecht’ genoeg om in het onderzoek mee te kunnen – maar zit in de controlegroep, en dat betekent dat ik juist níét de behandeling krijg waar ik zo op had gehoopt.

De medische gegevens wijzen uit dat juist deze ingrepen bij mijn situatie een aanzienlijke kans op verbetering bieden. Maar omdat ik de behandeling buiten het onderzoek om moet laten uitvoeren, zijn de kosten volledig voor eigen rekening.

Dat is financieel gewoon niet haalbaar voor ons gezin.'

—————————————-

Geert werkt als leefstijlcoach en inspanningsfysioloog bij het Leefstijl Expertise Centrum in Veenendaal en Ede. En dat is geen toeval. In 1992 werd hij ernstig ziek door een auto-immuunziekte, het syndroom van Guillian Barré en raakte volledig verlamd. Specialisten gaven hem weinig kans op volledig herstel maar dankzij zijn sportachtergrond en doorzettingsvermogen herstelde hij veel verder dan men ooit had durven dromen.

'Die ervaring is mijn drijfveer geworden: ik help nu anderen op weg naar een betere gezondheid, kracht, herstel en kwaliteit van leven. Want ik weet uit eigen ervaring wat het betekent om volledig afhankelijk te zijn, en hoe het voelt om je lichaam stukje bij beetje terug te winnen en weer vertrouwen te krijgen in je eigen lichaam.

Ik geloof in kracht door ervaring. Juist doordat ik het zelf heb doorgemaakt, kan ik mensen beter begeleiden. Niet door te praten over herstel, maar door het voor te leven.
En dat wil ik blijven doen. Maar daarvoor moet ik wel weer normaal kunnen ademen.'

————————————

JOUW STEUN GEEFT ME DIT TERUG

  • Vrij kunnen ademen zonder angst en benauwdheid
  • Herstel van luchtwegfunctie en lichamelijke stabiliteit
  • De mogelijkheid om mijn werk voort te zetten
  • Hulp kunnen blijven bieden aan anderen via sport en herstel
  • Kwaliteit van leven voor mij, mijn vrouw en dochter

 

—————————————-

En tot slot…

Met het geld dat wordt opgehaald worden de behandelingen en eventuele ziekenhuisopname in het buitenland betaald. Daarnaast is er geld nodig voor de periode dat Geert in Zwitserland zal moeten revalideren. Omdat hij zelfstandig ondernemer is en door de eerdere neurologische aandoening (Guiliian Barré syndroom) niet in aanmerking komt voor een arbeidsongeschiktheid verzekering moet hij alles zelf betalen. En niet kunnen werken betekent simpel weg geen inkomen.

Wanneer er geld over blijft of teveel geld wordt opgehaald willen we dit ten goede laten komen aan onderzoek. Onderzoek naar aandoeningen aan de luchtweg zoals ontstekingen die veroorzaakt worden door vergelijkbare problemen zoals die zich bij Geert voordoen.

—————————————-

DANKWOORD

 

'Met elke gift – groot of klein – geef je mij iets terug wat geen mens kan missen:

  • Lucht, zuurstof
  • Ademruimte
  • Vertrouwen terug winnen in mijn eigen lijf
  • Perspectief (leven en werk).


Dank je wel dat je de tijd nam om mijn verhaal te lezen, en … dank je wel voor jouw overweging om mij te helpen.

DANK!!!'

Updates

  • 2 weeks ago

    ‘Rare schepsels’ …

    Als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe (ik ben nog hartstikke jong he!), zie ik eigenlijk twee stromingen. De ene stroom kwam van mijn vader. De andere van mijn moeder.

    Mijn drie broers lijken meer voortgekomen uit de eerste. Ik uit de tweede. Mijn vader geloofde sterk in hard werken, carrière maken, vooruitkomen, geld verdienen (liefst veel) en verantwoordelijkheid nemen. Waarden waar op zichzelf natuurlijk niets mis mee is.

    Mijn moeder keek anders naar de wereld. Als diaken in de kerk kwam zij veel bij mensen thuis die het moeilijk hadden. Mensen die ziek waren, alleen waren, rouwden of op een andere manier worstelden met het leven. Zij zag misschien eerder de mens dan de prestatie. Pas veel later ben ik gaan begrijpen hoeveel invloed zij op mij heeft gehad.

    Tegen de wens van met name mijn vader in koos ik voor het CIOS. Niet voor een carrière waarin status of inkomen centraal stonden, maar voor een vak waarin ik mensen kon helpen hun fysieke mogelijkheden terug te winnen. Ik vond dat toen al belangrijk. Was een sporter in hart en nieren en ben dat gebleven. Het sporten heeft mij veel gebracht. Veel van wat ik graag met anderen deel.

    Na mijn ziekte in 1992 werd het eigenlijk alleen maar belangrijker. Het Guillain-Barré syndroom zette mijn leven stil. Van het ene op het andere moment werd ik geconfronteerd met iets waar ik geen invloed op had. Voor het eerst ervoer ik zelf wat het betekent wanneer je lichaam niet meer doet wat je ervan vraagt. Ik denk dat daar iets definitief veranderd is. Ik heb altijd belangstelling voor anderen gehad, anders was ik niet naar het CIOS gegaan. Maar vanaf dat moment kreeg het helpen van mensen met beperkingen een andere lading. Ik werkte in revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht. Later begon ik mijn eigen ondernemingen. Ik trok met mensen de bergen in. Niet omdat een berg zo belangrijk is, het doel was, maar omdat iemand die dacht dat hij of zij niets meer kon, boven op een berg soms ineens ontdekt dat er toch nog veel mogelijk is. Dat moment blijft bijzonder. Nog steeds. Misschien zelfs meer dan vroeger.

    Wat mij fascineert, is dat veel belangrijke levensinzichten pas ontstaan wanneer we worden geconfronteerd met de vergankelijkheid van ons bestaan. Hoe dat gebeurt, maakt eigenlijk niet zoveel uit.

    • Een ernstige ziekte.
    • Het verlies van een dierbare.
    • Een ongeluk.
    • Een oorlog.
    • Een burn-out.

    Iets waardoor het vanzelfsprekende ineens niet meer vanzelfsprekend blijkt. Pas dan gaan veel mensen zich afvragen wat werkelijk belangrijk is. En dat is eigenlijk best vreemd. We besteden soms tientallen jaren aan het najagen van meer.

    • Meer geld.
    • Meer bezit.
    • Meer status.
    • Een grotere auto.
    • Een mooier huis.
    • Een betere functie.

    Alsof daar uiteindelijk de betekenis van het leven ligt. Mijn moeder zou waarschijnlijk glimlachend hebben gezegd: ‘We zijn rare schepsels.’ En waarschijnlijk, nee heel zeker, had ze gelijk. Want juist de mensen die ik heb ontmoet die diep door het leven zijn geraakt, blijken vaak een opmerkelijke rijkdom te bezitten. Niet in de vorm van geld, maar in de vorm van menselijkheid.

    Ik zag het ook bij mijn tweelingbroer. Drie jaar geleden kreeg hij kanker. Natuurlijk had ik hem die ziekte liever bespaard. Maar ik zag tegelijkertijd iets veranderen. Meer rust. Meer aandacht voor wat werkelijk belangrijk is. Meer zachtheid. Een andere toon. En eerlijk gezegd vond ik dat prachtig om te zien.

    Begrijp me goed. Ik wens niemand ziekte, verlies of verdriet toe. Maar ik gun iedereen wel het inzicht dat daar soms uit voortkomt. Het besef dat het leven uit meer bestaat dan succes, bezit of prestaties. Dat gezondheid geen vanzelfsprekendheid is. Dat tijd kostbaar is (iets waar Helga mij de afgelopen tijd van heeft doordrongen). Dat mensen belangrijker zijn dan spullen. Dat betekenis vaak ontstaat door iets voor een ander te betekenen.

    Zelf heb ik dat inzicht inmiddels twee keer mogen krijgen, ja mogen! Eén keer in 1992. En nu opnieuw de afgelopen jaren. Als ik eerlijk ben, vond ik één keer eigenlijk al meer dan genoeg. Deze tweede ronde had van mij niet gehoeven hoor. Het was zwaar. Vaak eenzaam. Vaak enorm frustrerend. Soms langdurig. Maar tegelijkertijd heeft ook deze periode mij weer veel geleerd.

    • Over mensen.
    • Over kwetsbaarheid.
    • Over dankbaarheid.
    • Over wat werkelijk van waarde is, zoals tijd.

    Misschien is dat ook waarom ik mij nog altijd betrokken voel bij mensen die het moeilijk hebben. Waarom Oekraïne mij raakt. Waarom ik samen met Helga en Erik plannen maak om Nederland, hoe bescheiden ook, een klein stukje gezonder te maken. Met meer dan alleen bewegen. Met meer dan alleen leefstijl. Breder dan alleen dat. Omdat gezondheid uiteindelijk over veel meer gaat dan spieren, conditie of een weegschaal. Het gaat over mensen, over kansen, over meedoen, over hoop.

    Ik denk dat dat de rode draad is die al die jaren door mijn leven loopt. Ik vraag mij niet af wat ik zelf uit het leven kan halen. Ik vraag mij af wat ik eraan kan bijdragen. Een les die ik waarschijnlijk van mijn moeder heb gekregen. En waarvoor ik haar nog iedere dag zo enorm dankbaar ben!

    Tja Ma, ‘rare schepsels’, dat zijn we!


     

    Geert

  • 2 weeks, 3 days ago

    Navigeren, samenwerken en nieuwsgierig …

    ‘Ik begrijp het hoor, meneer Van Dijk.’ Wat heb ik die zin de afgelopen jaren toch vaak langs horen komen zeg. Van artsen, specialisten en heel af en toe van een verpleegkundige. En hoewel die opmerking altijd goed bedoeld was, dacht ik vaak, steeds vaker: ‘U begrijpt het niet helemaal. En dat kan ook eigenlijk niet.’

    Het is niet dat er te weinig kennis in het academisch ziekenhuis in Amsterdam aanwezig of beschikbaar is hoor. Dat geloof ik niet, integendeel zelfs. Kijk, begrijpen en ervaren zijn verschillende dingen, want een arts kent de ziekte, maar een patiënt leeft het. Een arts ziet de uitslagen van de vele onderzoeken, maar een patiënt ervaart wat die uitslagen betekenen in het dagelijks leven, in mijn geval ademhalen tijdens sporten.

    De afgelopen jaren heb ik daardoor in twee werelden geleefd. De wereld van protocollen, de wereld van onderzoeken, de wereld van wetenschappelijke kennis en … de wereld van ervaring, van gevoel en de dagelijkse praktijk of het dagelijks ongemak van de aandoening.

    Als inspanningsfysioloog heb ik bovendien de neiging om dingen te willen begrijpen, dingen volledig uit te pluizen. Wanneer ik iets voel, zoek ik naar data. Wanneer ik data gevonden heb en zie, zoek ik naar verklaringen, naar studies. En wanneer theorie en praktijk of mijn gevoel niet matchen, ontstaat nieuwsgierigheid.

    Nieuwsgierigheid, ja, vooral dat. En dat is nu precies wat ik het meest heb gemist tijdens mijn ziekteproces: Nieuwsgierigheid.

    Niet overal overigens. Bij Merem (dat revalidatiecentrum in Hilversum, weet u het nog, begin vorig jaar?)  kwam ik professionals tegen die juist heel sterk vanuit die nieuwsgierigheid werken. Die verder keken dan alleen de diagnose of de richtlijn. Die geïnteresseerd waren in het verloop, de beleving van de patiënt, de uitzonderingen en de vraag waarom iets gebeurde. Kortom nieuwsgierig. Daar duurde het eerste gesprek met de arts bijna twee uur. Twee uur, echt waar!

    Maar op andere momenten had ik het gevoel dat er vooral gekeken werd naar het protocol. Terwijl ik juist benieuwd was (nieuwsgierig zo u wilt) naar de vraag waarom mijn situatie soms anders verliep dan verwacht, dan hoe het volgens het protocol zou verlopen. Anders dan bij anderen. Een protocol beschrijft een behandeling, een proces. Een patiënt leeft een leven, het ziek zijn, de aandoening. En tussen die twee zit veel meer dan vaak zichtbaar wordt. Daar zitten nachten waarin Helga mij wakker maakte omdat ademhalen moeite kost, het vege lijf om zuurstof schreeuwt. Daar zitten dagen waarop energie een kostbaar goed is. Daar zitten keuzes die niet in een medisch dossier terechtkomen. Keuzes als: ‘Blijf ik die sportles geven of hoe lang kan ik dat nog volhouden?’ of ‘Ga ik toch naar de bergen omdat ik merk dat ik daar beter adem en herstel?’ of ‘Hoe houd ik mijn conditie op niveau?’ of ‘Hoe organiseer ik mijn werk, de behandelingen en mijn dagelijks leven?’

    Misschien is dat ook wel waarom ik de afgelopen jaren (en nog steeds he) zoveel tijd heb besteed aan het verzamelen van gegevens, het analyseren van data van inspanningstesten en longfunctiemetingen, het lezen van studies n.a.v. ontstane nieuwsgierigheid en het zoeken naar antwoorden en verbanden.

    Dat deed ik niet omdat ik arts wilde worden. Ik deed het, omdat ik weer grip wilde krijgen op mijn eigen situatie. Omdat ik wilde begrijpen wat er gebeurt, waar ik stond. En omdat ik wilde weten welke richting het kompas op wees en welke route ik moet gaan lopen.

    Wat mij daarbij steeds meer is gaan opvallen, is dat patiënten (niet alleen ikzelf) tijdens een langdurig ziekteproces een enorme hoeveelheid ervaringskennis opbouwen. Kennis die niet in een studie staat. Niet in een richtlijn. Maar die wel degelijk waardevol kan zijn.

    Daar zouden we in de zorg veel meer dan nu gebruik van kunnen, nee moeten maken. De patiënt heeft natuurlijk niet altijd gelijk. Daar gaat het miet om. Het is ook niet zo dat de wetenschap minder belangrijk is, integendeel. Maar omdat wetenschap en ervaring elkaar kunnen versterken op een manier dat 1 + 1 drie is. En dat begint al met een goed gesprek voor het starten van de daadwerkelijke behandeling waarbij de arts en patiënt afspraken maken over regie, het nemen van beslissingen (hoe kunnen we die samen nemen), hoe evalueren we wat werkt en wat niet werkt, wat verwacht de patiënt van de arts en wat verwacht de arts van de patiënt?

    Want niet iedere patiënt is hetzelfde. De één laat zich graag leiden. De ander wil actief meedenken en beslissen. En sommigen willen samen navigeren, de reis samen doen.

    De afgelopen jaren hebben mij niet alleen geleerd hoe complex een ziekte kan zijn. Ze hebben mij ook geleerd hoeveel kracht er zit in samenwerking. Tussen specialistische kennis en ervaringskennis, tussen wetenschap en praktijk, tussen data en gevoel. En volgens mij ligt daar ook een kans voor de toekomst. Want ik ben vast niet de enige patiënt die zoekt naar manieren om ondanks ernstig ziek zijn zo normaal mogelijk te willen leven, te werken, te sporten en deel te nemen aan het dagelijks maatschappelijk en sociaal leven.

    Wat zou er gebeuren wanneer we de ervaringen van gemotiveerde patiënten veel beter combineren met medische kennis, leefstijl, inspanningsfysiologie, trainingsleer en wetenschappelijk onderzoek? Als aanvulling op de goede zorg, niet om die te vervangen. Daar kunnen we vast niet alle patiënten beter mee helpen, maar wellicht kunnen we wel meer mensen helpen hun wereld te vergroten.

    En dat begint met iets heel eenvoudigs: namelijk door niet alleen te kijken naar hoe een ziekte behandeld wordt, maar ook naar hoe patiënt en specialist goed kunnen samenwerken, samen leren navigeren.

    Wordt vervolgd.

     

    Geert

  • 3 weeks, 3 days ago

    Les, leven, levenslessen …

    De les die ik liever niet had geleerd.

    Er zijn lessen in het leven waarvoor je je vrijwillig aanmeldt. En er zijn lessen die je ongevraagd krijgt. Ze worden niet opgedrongen, maar overkomen je.

    Deze  behoort zonder twijfel tot die laatste categorie.

    Vroeger maakten indrukwekkende gebeurtenissen eigenlijk nauwelijks indruk op mij. Misschien kwam dat doordat gezondheid vanzelfsprekend leek of misschien doordat ik altijd bezig was met vooruitkijken, met trainen, leren, werken, organiseren en plannen. Er was altijd een volgende uitdaging, er was een volgende wedstrijd, er was een volgend doel.

    De afgelopen drie jaren hebben daar verandering in gebracht.

    Net als in 1992 werd ik opnieuw geconfronteerd met iets wat je niet kunt wegtrainen, niet kunt oplossen met discipline en niet kunt verslaan door simpelweg harder te werken. Mijn lichaam besloot zijn eigen koers te varen.

    Sindsdien bestaat een belangrijk deel van mijn leven uit onderzoeken, ziekenhuisbezoeken, gesprekken met artsen en het zoeken naar antwoorden. Op dit moment krijg ik, naast de dagelijkse medicijnen, iedere vier weken een infuus met Reslizumab en iedere twee weken een injectie met Dupilumab. Daarnaast probeer ik samen met artsen en onderzoekers steeds beter te begrijpen wat er precies in mijn bloed en in mijn luchtwegen gebeurt en welke mogelijkheden er nog zijn om mijn klachten verder te verminderen.

    Het is soms een vreemde combinatie met aan de ene kant het voortdurend bezig zijn met medische gegevens, onderzoeksresultaten en behandelingen en aan de andere kant dat deze periode mij iets heeft geleerd wat geen enkele studie, opleiding of sportprestatie mij ooit heeft kunnen leren. Namelijk hoe waardevol gewone dingen zijn.

    • Een avond met vrienden.
    • Een goed gesprek.
    • Een wandeling.
    • Een rit op de fiets.
    • Thuiskomen.
    • Mijn vrouw.
    • Mijn dochter.

    Vooral de laatste twee raken mij meer dan vroeger. Ik zie scherper hoe bijzonder het is om iemand te mogen zien opgroeien. Hoe mooi het is om talent te zien ontwikkelen. Hoe bijzonder het is om trots te kunnen zijn op iemand die niet alleen zoveel kan, maar vooral zo'n mooi mens aan het worden is.

    Ook vriendschap heeft voor mij een andere betekenis gekregen.

    De afgelopen maanden kwamen vrienden mij regelmatig opzoeken. Mensen met wie je kunt lachen, herinneringen kunt ophalen en soms ook gewoon even stil kunt zijn. En gek genoeg doet afscheid nemen tegenwoordig meer pijn dan vroeger. Niet omdat iemand verdwijnt, maar juist omdat je beseft hoe waardevol die momenten samen zijn geweest. Vroeger keek ik vooral vooruit naar wat nog kwam. Nu ben ik me veel bewuster van wat er op dat moment ís.

    En misschien is dat wel de grootste verandering.

    Vroeger keek ik vooral naar wat er nog bereikt moest worden. Nu kijk ik vaker naar wat er al is. Dat betekent niet dat de strijd voorbij is. Integendeel. Er wordt nog steeds gezocht. Er worden nog steeds vragen gesteld. Er wordt nog steeds behandeld. En ik blijf samen met mijn artsen zoeken naar manieren om meer lucht, meer inspanningscapaciteit en meer kwaliteit van leven terug te winnen.

    De laatste tijd voelt het alsof ik naast patiënt vooral ook onderzoeker ben geworden. Ik lees studies, verdiep mij in mogelijke behandelingen, medicatie en de effecten daarvan en probeer te begrijpen welke puzzelstukjes nog ontbreken. Die zoektocht brengt soms nieuwe vragen met zich mee en tegelijkertijd ook nieuwe mogelijkheden en hoop.

    Ergens onderweg heeft deze ziekte mij ook iets geleerd:

    • Niet zozeer over longen.
    • Niet over medicijnen.
    • Niet over ziekenhuizen en al die ontzettend lieve mensen (ja ja, ik weet het)
    • Maar over dankbaarheid!

    Een les die ik liever aan mij voorbij had laten gaan, liever niet had geleerd. Maar nu ik haar toch gekregen heb, probeer ik haar wel iedere dag mee te nemen. Mee te nemen in mijn gedachten, gesprekken met anderen, de dagelijkse sleur en dagelijkse realiteit.

    Want uiteindelijk wordt de waarde van het leven niet bepaald door het aantal jaren dat je krijgt. Maar door de mensen met wie je die jaren mag delen.

    Aan iedereen die meeleeft, een bericht stuurde (of af en toe stuurt) een donatie heeft gedaan, een kaart heeft gestuurd of gewoon af en toe vraagt hoe het gaat: dank jullie wel!!

    Jullie helpen niet alleen bij de zoektocht naar behandeling en herstel, naar een toekomst, maar maken deze weg ook een stuk minder eenzaam.

    De zoektocht gaat door. Er liggen nog vragen. Er zijn nog mogelijkheden om te onderzoeken. En er is nog werk te doen.

    Maar er is ook hoop.

    Wordt vervolgd.

     

    Geert

  • on 5/11/26

    ‘Under construction’ …

    Afgelopen week was er ‘Landelijk Astma Overleg’ over de casus ‘Geert’. Vorige week maandag nog uitgebreid overleg met mijn arts gehad over de stand van zaken en hoe het gaat. Uiteraard heb ik gezinspeeld op een switch van medicatie ('dat dacht ik al‘, reageerde de dokter). 

    Kijk, men denkt dat er best ruimte is te bedenken dat een switch naar Tezepelumab (zo heet dat goedje) mogelijk nog wat extra stabiliteit kan geven, maar omdat mijn longen de afgelopen maanden al een complete verbouwing hebben ondergaan met de bronchiale thermoplastiek, wil men eerst zeker weten welk deel van de winst nog van die behandeling afkomstig is. En nu switchen waar nog verbetering van de verbouwing op kan treden maakt dat dan moeilijk is vast te stellen wat voor de verbetering verantwoordelijk geweest is.

    Met andere woorden:
    de medische wetenschap wil eerst weten of de aannemer al klaar is vóórdat ze nieuwe apparatuur gaan installeren. 

    Eerlijk gezegd snap ik die redenering ook wel. En belangrijker: het idee van een switch naar Tezepelumab ligt niet van tafel. Integendeel. Het blijft nadrukkelijk in beeld als mogelijke vervolgstap wanneer blijkt dat waar ik nu sta mijn nieuwe 'baseline' of uitgangspunt is. Sterker nog, de arts zei namelijk letterlijk 'dat er ruimte is te bedenken dat de Tezepelumab kan bijdragen aan verder herstel en stabiliteit'. Ikzelf verwacht niet heel veel herstel van de operaties meer, maar ben geduldig. Als er iets te leren valt van een ziekteproces als dit dan is het wel het opbrengen van geduld. Voor mij geen slechte overigens!

    Dus voorlopig:
    ✔ blijven trainen
    ✔ blijven meten
    ✔ blijven observeren
    ✔ en vooral: blijven ademen 

    Wordt vervolgd,

     

    Geert

  • on 4/30/26

    De bergen, mijn revalidatiecentrum!

    Deze heb ik niet van mijzelf. Een goede, hele fijne vriend wees mij op de quote die gedaan is in een boek (‘Berghonger’ van Fleur Jongepier) en mij, terugkijkend naar op het afgelopen half jaar als gegoten past. En het past mij natuurlijk niet alleen he. Het past al die mensen die erg veel last hebben van de luchtwegen en juist in de bergen de omstandigheden vinden die bijdragen aan herstel en stabiliteit van de luchtwegen.

    Ik heb het vaak gezegd in de blogs van de afgelopen maanden. Dat ik ‘een kind van de bergen ben’, zeker nu de bergen mij naast geluk ook heel veel gebracht hebben voor mijn gezondheid.

    De bergen zijn, mede ook door de afgelopen maanden, een enorm belangrijk onderdeel van mijn leven geworden. De bergen zijn altijd een belangrijk onderdeel van mijn leven geweest he. Ik ben, na de eerste keer dat ik ernstig ziek was, samen met Helga een soort van ‘verslaafd’ geraakt aan de bergen. Wij hebben eigenlijk alle bergsportcursussen die je als particulier kunt doen samen gedaan. Heel veel geleerd en heel veel meegemaakt. En niet alleen de zonnige kant van de bergen gezien hoor, ook de minder rooskleurige, de gevaarlijke kanten van de bergen hebben we gezien. De bergen kunnen naast je vriend tegelijkertijd ook je grootste vijand zijn. Mooi weer dat in een oogwenk omslaat in onweer, bliksem en gedonder, de schoonheid van een dik pak sneeuw waar je onder bedolven kunt raken na het losraken van een lawine en vallende stenen of ijs. Het overleven daarvan geeft je het bewustzijn dat je de bergen naast vriend uiterst serieus moet nemen.

    Ik ben de bergen oneindig dankbaar en zal ook de komende jaren veel, heel veel in de bergen te vinden zijn. En niet alleen omdat het leuk is om in de bergen te vertoeven, maar vooral ook om de voor mijn aandoening voorwaarden scheppende en helende werking ervan.

    En dus is de quote enorm van toepassing op mij, op de afgelopen maanden die ik, meestal alleen, in de bergen was. Waar de sneeuw met bakken tegelijk uit de lucht kwam, de striemende koude mij ‘om de oren sloeg’, de horizontale sneeuw door de harde wind voelde alsof duizenden speldenprikjes de koude huid van mijn gezicht teisterde, uiteraard ‘Kaiserwetter’ en … herstel, ontspanning en uitrusten.

    Morgen is het vrijdag, wanneer u dit leest vandaag dus. Ik ben een groot deel van de middag in Amsterdam voor de infusen. Ja, ik krijg weer lekkers. Helga en Floortje zijn er een paar dagen tussenuit geglipt. Doen ze goed die twee! Ik ga aan het eind van de dag, samen met Erik ergens in de duinen bij Haarlem een nachtje op een camping staan. Steken we de BBQ aan en wellicht nemen we samen de afgelopen tijd nog eens uitgebreid door.

    Aanstaande maandagochtend en een deel van de middag ook weer in Amsterdam. Onderzoeken en een gesprek met mijn arts. Ik hoop dat ze mee wil met mijn gedachtengang een switch te overwegen naar dat andere medicijn waarvan ik denk dat het mij dat laatste zetje kan geven. Van 80%, soms 85% inspanningscapaciteit naar 90%, zonder de afhankelijkheid van die zwaardere medicijnen.

    Kijk, dat vrij kunnen ademen zonder iedere keer een half uur, drie kwartier bezig te zijn met vernevelen maakt het sporten ook veel leuker. Vanmiddag samen met Erik gesport, zonder de vernevelde medicijnen. Is toch echt veel minder leuk. De hele tijd spanning, piepende ademhaling en hoesten maakt dat het sporten gewoon niet leuk is. Dus, benieuwd naar de reactie van mijn arts.

    Ik laat het weten.

     

    Geert

  • on 4/15/26

    Half leeg … of half vol?

    Ik heb al even niet van mij laten horen. de reden kan tweeledig zijn: of het gaat heel slecht (lig ik bijvoorbeeld in het ziekenhuis) of het gaat heel goed. Welnu, het gaat eigenlijk best wel goed. Ik ga niet klagen of zeuren.

    En wat dat betreft denk ik vaak aan een quote van Paul van Vliet die over de zeurende en klagende Nederlander gaat. De Nederlander is daar goed in vertelde hij En bedacht een nieuw nationaal monument: Een klaagmuur met een zeurdeur. En of we uit dat geklaag en gezeur geen energie konden winnen.

    De man had een vooruitziende blik denk ik, want de actualiteit is er van doordrenkt. En hij had ook wel een beetje gelijk ben ik bang. De Nederlander mag graag reppen over alles wat niet goed gaat, wat we tekort komen, etc etc.

    Nou, ik mag niet mopperen vind ik. Hoewel er echt nog wel wat te wensen over is blijf ik het iedere dag weer ijzonder vinden dat mijn luchtweg grotendeels open blijft staan waar deze een maand of vier geleden meer dicht dan open stond. Zo bijzonder!

    Ik kan het moeilijk uitleggen. Het gevoel wat dat teweeg brengt. Het gevoel van nauwelijks lucht krijgen en nu het gevoel dat je, ondanks dat ik gesport heb de lucht kan blijven stromen. Dus, ik mag niet mopperen.

    Toch ben ik ook wel een klein beetje Nederlander hoor, want toen ik vanochtend aan het mountainbiken was met een goede vriendin merkte ik in het begin dat het echt nog steeds wel erg veel moeite kost om genoeg lucht binnen te krijgen voor de sport die ik aan het beoefenen Was. En ik blaas mijzelf een soort van op tijdens het sporten. Dat is die ‘dynamische hyperinflatie’ waar ik het wel eens over gehad heb. Ik ga nog eens proberen uit te leggen wat het is.

    Kijk, door de aandoening waar ik last van heb (of beter het gevolg ervan, want het betreft bloedcellen, maar het gevolg is een vervelend effect op de luchtwegen) is de weerstand van de luchtweg groter. Vergelijk het met een waterslang, waar aan de binnenkant een ruw oppervlak zorgt voor meer weerstand waardoor het water minder ‘gemakkelijk’ kan stromen. Dat ontstaat door de vernauwing van de luchtwegen en dat ontstaat dan weer door een met regelmaat opvlammende ontsteking. Daardoor raakt het slijmvlies opgezet en vernauwen de luchtwegen (zie het plaatje). Het inademen is gemakkelijk, want daarbij zet de bortkas uit waardoor er een negatieve druk ontstaat en de longen zich, ook bij vernauwde luchtwegen gemakkelijk vullen met lucht. Bij het uitademen gebeurt het tegenovergestelde. In plaats van negatieve druk is de druk positief. En dan neemt de weerstand enorm toe, exponentieel zeg maar. En dus is het inademen gemakkelijk en het uitademen echt dramatisch. Ingewikkeld he?

    En dus zit er nog iets van een ontsteking, dat kan niet anders. Vandaar dat het evalueren van het medicatiebeleid een belangrijke doelstelling geworden is en ik wil sturen naar een medicatiewissel. en hoewel ik de vraag gesteld heb de afspraak van 4 mei (hmmm…) te vervroegen heb ik nog niets gehoord.

    Maar … als ik een waardevolle vriend van mij mag quoten (overigens een gelovig mens) dan hebben we het over een ‘wederopstanding’. Zo groot is het verschil met enkele maanden geleden. Zo blij mee!!!

    En dus hoor je mij niet klagen of zeuren, is mijn glas half leeg!

    Ik laat het weten wanneer ik wat over een datum hoor, goed?

     

    Geert

  • on 4/2/26

    … maar nog niet helemaal!

    Nee, nog niet klaar. Kijk, genezen ga ik niet en daar heb ik vrede mee. Dat heb ik geaccepteerd. Vierwekelijkse bezoeken aan Amsterdam is zo’n beetje mijn voorland. Oh, en niet te vergeten het prikken met een idioot scherpe en dikke naald iedere twee weken natuurlijk. 

    Eerder heb ik al eens aangehaald dat de farmaceut na het produceren van medicijnen de pilletjes eerst zelf eens moet ‘eten’, omdat het werkelijk niet te ‘je weet wel’ is. Nou, dat zouden ze ook eens met die injecties moeten doen. Kom graag even een kijkje nemen.

    Waarom moet dat zo pijnlijk zijn? Ja ja, ik ben een man en mannen zijn kleinzerig, ik weet het. Maar iedereen die dat hardop tegen mij zegt prik ik graag ook een keertje. Het zijn rotdingen, echt.

    En ik ben er nog niet helemaal, had ik eerder al gezegd he. Die switch moet er nog van komen. De switch van Dupilumab naar Tezepelumab. Ik krijg nu de eerste en die is actief op een tweetal receptoren (die worden IL4 en IL13 genoemd). Ook het infuus dat ik iedere vier weken krijg (morgen weer) is actief op deze twee receptoren. Twee medicijnen die nagenoeg hetzelfde doen. En daarom, maar ook omdat er nog steeds iets van een restprobleem aanwezig is (iets dat ik voel en meet) is het verstandig met de arts bespreekbaar te maken en samen na te denken over of een vervolgstap gemaakt moet worden.

    Dat gaat niet vanzelf, dat zal duidelijk zijn. En ik heb geluk, echt geluk. Dat komt, omdat ik hetzelfde onderzoek kan doen als het ziekenhuis. En dat onderzoek kan ik, geheel in tegenstelling tot het ziekenhuis, ook tijdens inspanning doen. En dat is ook precies wat ik aan het doen ben. Hetzelfde onderzoek als in het ziekenhuis gecombineerd met dat onderzoek tijdens inspanning. Met de data die ik daarmee meeneem wanneer de arts en ik elkaar treffen kan ik haar, hopenlijk, overtuigen dat een switch van belang is, omdat er nog iets van een ontstekingsprikkel aanwezig is.

    Morgen ben ik weer in Amsterdam en zal ik, naast dat ik weer lekkers krijg (infuus met Reslizumab) vragen om de afspraak die gepland staat op 4 mei (wat een goede datum nietwaar?) te vervroegen om dan, in samenwerking met de arts (want dat gaan we vanaf nu doen he, samenwerken) die switch bespreekbaar te maken.

    Gaat ze mee in mijn gedachtengang (vergezeld van alle data die ik heb verzameld) om inderdaad over te gaan van Dupilumab naar Tezepelumab (zie het plaatje). Nou ja, waarom niet zou ik zeggen. Kijk, de onderzoeken die ik afgelopen week bij mijzelf heb afgenomen hebben meer dan voldoende data opgeleverd om aan te tonen dat de operaties daadwerkelijk de bijdrage hebben geleverd die we hebben verwacht. Wanneer er dan nog iets van rest-reactie aanwezig is (inflammatie of ontsteking) ligt dat dus niet aan die spiercellen. Er moet dan diep in de longen (delen van de luchtweg die de ingrepen niet konden bereiken) nog iets zijn waardoor er reden is om de huidige behandeling te evalueren. En juist daar sluit dat andere medicijn (Tezepelumab) zo goed bij aan.

    Kortom …

     

    Geert

  • on 3/27/26

    We zijn er bijna, we zijn er bijna, maar …

    Inmiddels een paar dagen thuis, thuis bij Helga en Floor, thuis in Veenendaal. Zeeniveau dus. De komende dagen benieuwd naar of de in de afgelopen zes weken opgebouwde stabiliteit een blijvertje is.

    Gisteren (donderdag) een les overgenomen van Erik (moest met zijn melkgebitje naar de tandarts). Een wandeling begeleid en een spinningles gegeven in Ede. Ik was wat ‘timide’ tijdens de spinningles zeiden de deelnemers, maar verder niets verandert hoor. Gewoon even inkomen denk ik. Rustig aan gedaan, dat wel. En ontzettend leuk de collega’s weer even te zien en te spreken.

    Maar … ik was wel moe. Moe van een wandeling en een spinningles? Ja, moe ban een wandeling begeleiden en een spinningles. Ik ben er dus nog niet, da’s wel duidelijk. Gisteravond vroeg naar bed gegaan en pas na ruim elf uur weer op. Dat zegt genoeg, nietwaar.

    Nog twee stapjes te gaan dus. Langzaam opbouwen en de komende twee weken echt nog verder uitrusten en de switch, switch naar dat andere medicijn. Deze week zijn er alweer vijf afspraken gemaakt. Afspraken in het Academisch ziekenhuis in Amsterdam. Alsof er niets verandert is. Afspraken ook al voor mei. Aanstaande vrijdag weer ‘lekkers’ in de vorm van een infuus en dan direct maar even vaart maken met een afspraak met mijn arts. Die staat gepland voor mei, maar ik wil die graag vervroegen. Benieuwd of dat lukt. En in de tussentijd zelf ook maar wat onderzoek gaan doen. Onderzoek tijdens inspanning, want juist dat ‘vergeten’ ze te doen in A’dam. Dus, dan doen we het zelf.

    En … bijzonder dat ze in Amsterdam weten dat ik thuis ben. Ik zou pas over twee weken weer thuis gekomen zijn wanneer men mij in Davos een maatwerk programma had kunnen geven. Tja, maatwerk. Schijnbaar een lastig begrip, net als communiceren, want dat lukt ook al niet. Ook mijn arts van het NAD niet. Die zou contact met mij opnemen na mijn vertrek, maar heeft niets van zich laten horen. Bijzonder.

    Ik ga wat regie terug nemen en ga kijken of mevrouw Weersink daarvoor open staat. Ik denk van wel, want ik las vandaag in de nieuwsbrief van de Nederlandse Astma Vereniging dat juist dat belangrijk is, namelijk gelijkwaardigheid tussen arts en patiënt. En dat je als patiënt juist daarnaar op zoek moet, gelijkwaardigheid. En dat betekent samenwerken, naar elkaar luisteren en gebruik maken van elkaars kennis en ervaring. Zo hoort het, zo gaan we het doen. En als het lukt … dan ‘zijn we er bijna, maar nog niet helemaal’.

    Benieuwd naar het vervolg?

     

    Geert

  • on 3/25/26

    En toen was er de echte test … en kleine stapjes.

    Vanaf begin vorig jaar (april/mei 2025) ben ik druk geweest met het organiseren van drie operaties, het financieren ervan, het voorbereiden erop, zoveel als ik kon door blijven werken en daarmee fysiek op niveau blijven en uiteindelijk herstellen en uitrusten.

    Veel gereisd, en die reizen gingen van Italië (Gran Paradiso) naar Oostenrijk (Sölden) naar wederom Oostenrijk, Königleiten (na de eerste operatie), nogmaals Oostenrijk in Kaunertal (Feichten) om uiteindelijk gedurende acht weken naar Davos te gaan voor een ‘maatwerk’ revalidatietraject.

    Maatwerk kan verschillend uitgelegd worden, maar de definitie die de zorgautoriteit eraan geeft is echt een andere dan die van het NAD in Davos. Dus mijn eigen revalidatietraject georganiseerd en daarom wederom naar Oostenrijk (Feichten, Kaunertal), daarna naar Leutasch om uiteindelijk langzaam aan het laagland te wennen in De Ardennen.

    Geen idee hoeveel kilometer ik heb afgelegd de afgelopen driekwart jaar, maar het was veel. Inmiddels sinds gisteren weer thuis, thuis bij Helga en Floor (dinsdag, een dag eerder dan gepland vanwege het weer) en het is fijn om thuis te zijn. Beetje wennen de komende dagen aan elkaar, want ruim zes weken weg van huis en haard is lang.

    En dan reist (goede woordspeling, nietwaar) uiteindelijk de vraag of het het allemaal waard was. Hebben de operaties de spiertjes inderdaad op een manier ‘lamgelegd’ dat de lichtweg voor het grootste gedeelte open blijft staan? En dan ook nog op een manier waardoor ik een hoge inspanningscapaciteit gedurende lange tijd goed vol kan houden, zonder dat de ventilatie inzakt?

    En dus gisteren in de les van Hans (waarde collega) meegedaan en gekeken wat de status is. Nou, ik ben geslaagd hoor. Meer dan dat zou ik zeggen. Ongeveer 40 minuten boven de 80% en 9 keer naar ruim 90%. En dat zonder problemen en … zonder dat de ventilatie inzakt. Kortom, heel tevreden over het resultaat tot nu toe en zo ontzettend blij mee!

    Nu alleen dat laatste zetje nog. Die switch naar andere medicijnen om daarmee het hele ontstekingstraject in te dammen. Die vervelende bloedcellen niet de kans geven ergens in de luchtwegen ontstekingen te veroorzaken.

    En dan tot slot, of eigenlijk tegelijkertijd voorzichtig werkzaamheden gaan oppakken. Morgen (wanneer u dit leest vandaag) de les spinning in Ede geven, rustig aan, en wandelen met een groep. Maandag weer voorzichtig stapjes gaan maken in de richting van weer gewoon werken. Kleine stapjes, want … ‘onderschat nooit de kracht van kleine stapjes’!

    Ik heb er zin an!

     

    Geert

  • on 3/23/26

    Fijne vrienden …en de finish is in zicht!

    Afgelopen donderdag ben ik vanuit Leutasch naar de Ardennen gereden. Reis ging heel voorspoedig, geen probleem. Ik had eerst nog een mooie wandeling gemaakt, als een soort van afscheid van de bergen, en ben daarna gaan rijden. Eerst naar Garmisch Partenkirchen, daar heerlijk in het zonnetje op een terras met prachtig uitzicht op de bergen (zie de foto’s) een kopje koffie gedronken en eind van de middag/begin van de avond naar Belgique.

    En ik had er zin in. Inmiddels drie weken geen bekenden gezien en veel alleen geweest. Niet eenzaam dit keer, wel alleen. En afgelopen vrijdag, begin van de avond kwamen Erik en Marc hier bij mij op de camping aan. Samen de BBQ aangestoken (nou, de briketten dan he) en heerlijk gegeten. En … voor het eerst sinds een week of 7 weer een biertje. Heerlijk en gezellig.

    Erik en Marc (en eerder Stef) hebben deze periode van operaties, herstel in de bergen en uitrusten een stuk aangenamer gemaakt. Wat een verschil kunnen een paar lieve vrienden maken. Dat je uit kunt kijken naar gezelschap, naar goede gesprekken over de moeilijke en leuke dingen in het leven, de dingen die het leven de moeite waard maken en gesprekken die in het teken staan van je hart luchten. Ook belangrijk.

    Wanneer u dit leest nog één nachtje en nog anderhalve dag zeg maar. Woensdag begin van de middag naar huis. YES! Wat heb ik daar zin in zeg. En dan dat laatste zetje nog. Gisteren tijdens het fietsen was het, niet alleen voor mij, maar zeker ook voor Marc en Erik die naast mij fietsten overduidelijk. Ik hoest van diep uit mijn longen nog slijm op en dat wijst erop dat er nog iets van ontstekingsactiviteit zit. En dus, Kan niet … Maak je borst maar nat Els (mevrouw Weersink). Die switch moeten we gaan bespreken en wat mij betreft gewoon doen.

    Nu wandelen, lekker het zonnetje in.

     

    Geert

Collectors

Loading...
Started on 4/30/25
Viewed 24017x

Fundraiser organised for:

Fietsen voor lucht!

Fietsen voor lucht!

Fundraiser organised by:

Geert van Dijk

Geert van Dijk

462 donations
103%
€28,285 of €27,500 raised

Donations

  • Ilona Weerdhof €5.00
    on 3/9/26
  • Hans Van de kreeke €5.00
    on 2/24/26
  • Hennie Maatkamp €5.00
    on 2/23/26
  • Corrie Van capelleveen €5.00
    on 2/23/26
  • Corrie Van capelleveen €10.00
    on 2/23/26
Show all donations
Started on 4/30/25
Viewed 24017x
 
Other fundraisers in: Help
Report abuse